Met compassie bewaak ik mijn grenzen

Het is goed ‘raak’ of eigenlijk mis

Met mijn kinderen. Het kan zijn dan je denkt: “Oh, dit wordt een klaagblog”, maar ik ga je verrassen, het wordt prachtig echt waar. Ik neem je terug naar twee weken geleden. Hoe het begint, weet ik niet exact, maar in ieder geval vind ik op dat moment de situatie onhoudbaar thuis. Dus ga ik daar even weg.

Ik ben mijn huis uit gevlucht

Mijn vlucht bereikt een mooie plek, vlakbij. Verdwaasd strijk ik neer op een bankje in een ieniemienie parkje. Het parkje is omringd door huizen. Wonderschone huizen. Echt waarnemen doe ik ze niet. Ik kan alleen maar huilen. De dagen ervoor ben ik druk in de weer geweest met en voor mijn kinderen. Hun schoolspullen zijn tiptop in orde en samen met mijn ADD-dochter ben ik naar de andere kant van het land afgereisd in verband met haar rug-aandoening. Gelukkig is het goed gegaan. Maar niet deze dag. De dag waarop ik ben ‘weggelopen’ van mijn dochters en eenzaam zit te grienen op een bankje.

Ik voel me miserabel

In het parkje te midden van die mooie huizen kijk ik wezenloos voor me uit. Ik herbeleef de tirades die ik zojuist heb ondergaan. Terugblikkend heb ik wel een verklaring voor het gedrag van mijn kinderen. School is immers net begonnen en dat is wennen voor hen nadat ze talloze weken ‘coronavrij’ geweest zijn. Ook hebben mijn kinderen de afgelopen dagen doorgebracht bij hun vader, waar alles anders eraan toe gaat dan bij mij. Daarbij is op de betreffende moeizaam verlopende dag ook mijn middelste dochter met ADD opnieuw bij me komen wonen nadat ze een jaar bij haar vader heeft gewoond. Ondanks dat ik haar elke dag over de vloer had gedurende die periode, is het slapen bij me toch een spannende stap voor ons beiden. Die betraande dag begrijp ik dat echter nog niet. Ik voel alleen maar het ‘gepik’ van mijn kinderen op me.

Ik voel me aangevallen

Zoals door zeemeeuwen die voedsel uit de handen van mensen wegroven. Wanneer houdt dit nare gedoe toch op? Het lijkt soms of het verergert in plaats van vermindert. Ik weet dat dit niet het geval is, maar op een zware dag als die dag voelt het zo.

Een mooie jongeman verlaat samen met zijn mooie hond zijn evenzo mooie huis voor een wandeling. Hij groet me. Warrig groet ik hem terug. Het zal een bijzonder tafereel zijn, ik zittend op het bankje in zijn parkje, moederziel alleen. Vanuit mijn ooghoek zie ik een schitterende auto aanrijden. Een schitterende jongedame stapt uit. Ik hoor haar vragen of alles oké is met me. Ik zeg haar van niet maar dat het straks vast beter gaat.

Daarom zorg ik goed voor mezelf

Intussen probeer ik een meditatie te starten, zo goed en kwaad als het gaat. De meditatie gaat over compassie. Compassie voor jezelf. Dat je jezelf kunt vullen met liefde. Dat zijn wonderschone woorden. “Wil je een glaasje water?”, hoor ik de jongedame vriendelijk tegen me zeggen. Dat zijn ook wonderschone woorden, bedenk ik me. Dankbaar wendt mijn betraande hoofd zich naar haar toe. Aarzelend strekken mijn handen zich uit om het bekertje water van haar aan te nemen. Ook nemen ze een pakje zakdoekjes van haar in ontvangst.

Een vreemdeling zorgt eveneens voor me

De jongedame vraagt hoe het met me gaat. En ik begin te praten. Ik vertel haar over mijn lieve pittige kinderen. Ik leg haar uit dat steeds als ze bij me komen, ik het te verduren heb omdat ze moeten omschakelen. Dat als ze bij hun vader zijn, ik nog allerlei dingen heb te regelen omdat het anders gewoon niet gebeurt. Dat ik op slechte voet sta met de vader van mijn kinderen. Dat ik vier jaar geleden van hem gescheiden ben en direct daarna in een ernstige burn-out en depressie terecht ben gekomen. Dat ik geen natuurlijk sociaal netwerk waarop ik kan terugvallen. Dat ik veel onbegrip ervaar vanuit mijn omgeving. Dat ik – nog steeds – niet werk maar dat ik merk dat het mijn kinderen goed gaat. Dat ik best heel trots op mezelf ben. Dat ik een cursus volg voor het opvoeden van pittige kinderen. Dat ik mediteer waardoor ik inzichten krijg. Dat vandaag de meditatie ging over zelfcompassie. De jongedame luistert aandachtig. Compassievol. Langzamerhand voel ik me weer mens worden. Kom ik terug in het hier en nu.

Compassie maakt het verschil

De compassie voor mezelf en de compassie van de onbekende jongedame hebben me goed gedaan. Nadat ik me heb teruggetrokken én mijn hart heb gelucht, lijkt alles anders. Ik zeg de jongedame dat ik haar dankbaar ben. We wensen elkaar een fijne dag en evenzo vriendelijk als ze naar me heeft geluisterd, loopt ze haar in de zon schitterende huis binnen. Ik sta op van ‘mijn’ bankje en begin eveneens te lopen; De zon wandelt met me mee. Verlicht keer ik huiswaarts.

4 2 votes
Artikelbeoordeling
guest
0 Reacties
Inline Feedbacks
View all comments