ADHD, executieve functies en ... koken
Koken is voor mij een zeer onaangename taak

Ik weet nu waarom. Mijn executieve functies – oftewel mijn denkprocessen – zijn niet goed tot ontwikkeling gekomen. Door mijn ADD. Ik heb me erin verdiept en er zijn vele opsommingen te vinden van wat executieve functies zijn. Het meest handzame rijtje – vind ik – is afkomstig van Peg Dawson en Richard Guare uit 2009. Hun rijtje met ELF executieve functies ga ik gebruiken om toe te lichten waarom koken voor mij – en misschien ook wel voor jou of iemand uit jouw nabije omgeving – een dagelijkse uitdaging is. Tenzij het een hobby is, want dan komt onze hyperfocus om de hoek kijken. Dan verdwijnt de tijd en wordt de keuken de setting van een chef. Maar niet bij mij. Ik vind koken stom en bereik al snel mijn kookpunt. Hier de eerste verklaring waarom dit voor mij zo is.

Oh, nog ff vooraf: er komen een aantal moeilijke woorden voor in dat rijtje met die executieve functies. Ik snapte ze zelf eerst ook niet maar heb ze allemaal voor je op- en uitgezocht. Dus zie je een moeilijk woord in deze blog, wees dan niet bevreesd: ik leg ze allemaal uit. Oké, de eerste verklaring waarom ik zo snel overkook tijdens het koken.

1. Ik heb moeite met taakinitiatie

Het opstarten van taken is altijd al een ding. In executieve functie termen zou je kunnen zeggen dat mijn taakinitiatie onvoldoende is ontwikkeld. Omdat ik het moeilijk vind om aan iets te beginnen, heb ik ook moeite met overgangen van de ene taak naar de andere. Dit wordt versterkt als de ene taak leuk is en de andere taak stom, volgens mij dan. Omdat ik koken zo’n ontzettend saaie en ingewikkelde taak vind – die steeds opnieuw terugkeert – heb ik daarmee nóg meer moeite. Vooral sinds ik een burn-out heb. Wat koken zo erg maakt voor me, is dat het eigenlijk is opgebouwd uit allerlei kleinere taken, met welke ik allemaal moeite heb. Ik moet me iedere keer weer ertoe aanzetten om van de ene mini-taak naar de andere mini-taak over te gaan. En dat elke dag.

2. Het vasthouden van mijn aandacht is moeilijk voor me

Het maken van een begin met koken is dus al een verzoeking voor me zoals ik net beschreef. Als ik die heb overwonnen en me toch naar het aanrecht heb weten te slepen, volgt een tweede valkuil. Die is dat ik veel moeite ermee heb mijn aandacht te houden bij de voor mij zeer oninteressante kookopdracht. Ook dit is onder invloed van mijn burn-out verergerd. Ik doe er alles aan om mijn aandacht te behouden, maar ik word constant afgeleid door andere zaken zoals de rotzooi die in mijn keuken ontstaat bij alle voorbereidingen en kookhandelingen. Nu wil het gelukkige toeval dat ik geregeld een stoere chef in mijn keuken heb rondlopen. Voor hém heb ik wel aandacht. En voor ik het weet is het eten klaar. Heb ik weer niets gedaan ;-).

3. Onhandig genoeg heb ik een beperkt werkgeheugen

In mijn werkgeheugen is weinig plaats om informatie op te slaan, ook al is het maar tijdelijk. Mijn werkgeheugen is namelijk kleiner dan dat van anderen. Daarbij, het zit vol met zaken die meer mijn belangstelling hebben dan koken. Inmiddels zie ik wel het nut van koken in, want gezond eten is essentieel voor mijn herstel. Dus ruim ik mijn werkgeheugen op om plaats te maken voor kook gerelateerde zaken zoals recepten, ingrediënten, kookgerei en trucjes om van al die elementen samen een gerecht te brouwen dat mijn kinderen met smaak zullen eten. Dat laatste lukt de afgelopen weken steeds beter, leid ik af uit de volledig leeggegeten borden. Zelf het bord van mijn middelste dochter – die normaliter meer klaagt dan eet – is na afloop van het eten brandschoon.  Als ik niet oppas, zet ik hem zo terug de kast in.

4. Mijn beperkte emotieregulatie speelt me ook parten

Ja, ook bij koken. Vooral bij koken. Net als mijn aandacht is mijn emotieregulatie sterk verslechterd door mijn burn-out. Ik geef je een voorbeeld van een kookactiviteit waarbij mijn emoties de overhand nemen: het bereiden van sla. Er zijn een aantal handelingen die ik moet uitvoeren voordat de sla in de kommetjes ligt. Allereerst moet ik de sla wassen. Ik vind dit een nare klus en vraag me altijd af hoe anderen deze klus zo beheerst kunnen uitvoeren. Ik pluk maar wat aan die blaadjes om ze een beetje uit elkaar te krijgen en laat er daarna water overheen lopen. Als ik denk dat ze wel schoon zullen zijn – ik zie namelijk geen verschil tussen vóór en ná deze handeling – probeer ik de slablaadjes zo goed mogelijk met mijn handen fijn te knijpen om het water eruit te persen. Er zijn speciale slacentrifuges hiervoor op de markt, maar die vind ik tien keer nix. Oké, het wassen is klaar, check. Dan volgt het snijden van de sla. Bij deze activiteit lijkt het alsof de sla tot leven komt. De sla vliegt alle kanten op en daalt neer op plekken als de aanrecht, de keukenvloer en de gootsteen. Het restje sla dat nog op de snijplank ligt, breng ik over naar de slabak. Als ik dat doe, raken mijn handen geïrriteerd. En ik ook. Want de sla blijft aan mijn handen kleven en ook al was ik mijn handen, de slastukjes laten zich maar moeilijk verwijderen. Na dit ritueel, moet ik eerst bijkomen. Ga ik klagen bij die stoere chef uit punt 2, die hem op dat moment allang naar de woonkamer is gepeerd.

5. Mijn kwaliteit om te plannen is in ontwikkeling

Dat komt mede door mijn positieve stabiele vriendin die me voorziet van ADHD-proof recepten en door de stoere chef  die met regelmaat in mijn keuken te vinden is. Want ondanks dat hij me afleidt, heeft hij me Inmiddels behoorlijk wat recepten en handigheidjes geleerd die ik braaf noteer in mijn telefoon met zoveel mogelijk aansporende teksten en foto’s erbij om me te verleiden te gaan koken zonder dat mijn aandacht verslapt. Ken je trouwens deze keukenhandigheid?

 

 

 

 

Daarmee kun je spaghetti makkelijk op je bord leggen. Staat ook in mijn notities. Helpt mijn handen schoonhouden én ziet er grappig uit. Enfin, ik volg dus de stappen van mijn notities op en bereik fantastisch smakende resultaten. Het enige wat me nog te doen staat, is deze stappen zo vaak mogelijk te herhalen zodat het beklijft en ik niet steeds die oh zo beperkte ruimte in mijn werkgeheugen uit punt 3 hoef aan te spreken. Maar goed, ik heb hierbij dus vastgesteld dat de vorderingen op kookgebied grotendeels te danken zijn aan mijn kwaliteit om te plannen, die in ontwikkeling is.

6. Net als mijn kwaliteit om te organiseren

Organiseren was altijd een kernkwaliteit van me. In de afgelopen tweeënhalf jaar dat ik een ernstige burn-out heb, is mijn organisatietalent jammer genoeg tot een minimum afgezwakt. Echter, ik ben bezig met een inhaalslag op dit punt. Mijn organisatievermogen gaat zich langzamerhand herstellen, ook op het gebied van koken. Doordat ik in één keer alle ingrediënten koop voor de gerechten die ik in de desbetreffende week wil gaan (laten) bereiden, heb ik in 90 procent van de gevallen alle toebehoren in huis. Ik leer me nu aan dit eerst allemaal klaar te zetten: zowel de ingrediënten als alle kookbenodigdheden in de vorm van messen, snijplanken, pannen en wat je maar kunt bedenken aan gekkigheden die het koken vergemakkelijken. Dat is eigenlijk mijn eerste stap van het koken. Daarna bereid ik de salade, zodat ik die niet op het eind als alles warm is nog snel in elkaar moet flansen zoals ik voorheen altijd deed. Pas daarna ga ik los op het gerecht. Het behouden van overzicht is en blijft daarbij nog wel een aandachtspunt, maar net als bij plannen (punt 5) geldt hierbij hopelijk eveneens: “oefening baart kunst”.

7. Mijn timemanagement is (nog) niet op orde

De tijd gaat altijd sneller dan ik. En koken geeft dagelijks deadlines waarvan ik niet houd. Alhoewel, met de structuur die ik aanbreng door de activiteiten planning en organisatie (punt 5 en 6), verbetert ook mijn kook-time-management.

8. Mijn beperkte flexibiliteit is een issue

Wat vaak gebeurt tijdens het koken, is dat één van mijn kinderen me onderbreekt. Met een kindervraag, die niet kan wachten. Zoals: “wat eten we?”. Dit haalt me uit mijn concentratie. En dat is dan nog een simpele vraag. Misschien moet ik een ‘niet storen’ bordje ophangen als ik kook. Echter, mijn meiden hebben wel aandacht nodig dus ik kan niet eeuwig als een robot in de keuken blijven rondlopen. Nu ik erover nadenk, op een positieve manier, verwacht ik dat wanneer de mini-acties van het koken wat vloeiender in elkaar gaan overlopen door mijn verbeterde taakinitiatie, planning, organisatie en timemanagement (executieve functies 1, 5, 6 en 7), ik vanzelf wat meer werkgeheugen zal overhouden om flexibeler met onvoorziene omstandigheden om te gaan. Zoals gesprekken met mijn kinderen over de voor hun belangrijke ditjes en datjes, wat je wel ziet in van die televisie-kerst-familie-films.

Dan volgen nu enkele executieve functies die ik goed beheers.

9. Ik ben wel doelgericht

Mijn doelgerichtheid is een executieve functie waarop ik wonder bij wonder goed scoor. Als iets eenmaal mijn aandacht heeft en ik er het belang van inzie, kan ik heel goed doelen stellen. Mijn kookdoel is: een gezonde maaltijd op tafel zetten voor mij en mijn kinderen zonder dat het me bergen aan energie kost. Mijn aanpak heb ik hierboven uiteengezet en ik motiveer me door mezelf zo goed mogelijk te belonen. Zo heb ik mezelf afgelopen weekend  – na de bereiding van een heerlijke quiche – beloond in de vorm van quality time. Met die stoere chef.

10. Ik heb volgens mij ook wel een goede metacognitie

Omdat ik hoog ben opgeleid, kan ik goed terugkijken op mijn aanpak.  Dat noemen ze met een moeilijk woord metacognitie. Tevens kan ik mijn aanpak – na feedback van anderen – aanpassen en verbeteren. Ook dat hoort bij die metacognitie. Ik zal wat voorbeelden geven vanuit mijn kookpraktijken. Na kritische evaluatie van mijn kookproces, kwam ik erachter dat ik de voorbereidingen – het doen van de boodschappen – ook erg belastend vind. Mijn positieve stabiele vriendin adviseerde me mijn boodschappen uit te besteden. Dat doe ik nu waardoor ik mijn energie beter bij me houd. Een ander voorbeeld. Ik ging bij het maken van die – behoorlijk simpel te bereiden – quiche uit punt 9 keer op keer de mist in. Had ik de quiche-inhoud klaar, kon ik het niet kwijt in de ovenschaal omdat de bladerdeeg nog stijf bevroren in de vriezer lag. Nu begín ik met deze actie. Pas daarna bereid ik de rest waarna alles in ene moeite door kan naar de ovenschaal en de oven. Mits ik die heb voorverwarmd.

11. Tot slot: ik heb geen idee hoe het is gesteld met mijn responsinhibitie

Responsinhibitie houdt in dat ik voldoende nadenk over de gevolgen voordat ik iets doe of zeg. Eerlijk gezegd weet ik niet of ik voldoende nadenk. Ik ga hierover nadenken. Laat ik wat situaties en gevolgen de revue passeren. Onder het genot van de – door mij doelbewust geïnitieerde, geplande, georganiseerde en met aandacht voorbereide – overheerlijke quiche, nét uit de – perfect voorverwarmde – oven.

 

N.B. Deze elf executieve functies en het disfunctioneren daarop, zijn ook toepasbaar op de volgende saaie, voor mij ingewikkelde en steeds maar terugkerende huishoudelijke klussen: schoonmaken, de (af)was en boodschappen. Die laatste klus besteed ik uit, sinds kort. Aan een supermarkt. Hoef ik alleen maar een digitale boodschappenlijst aan te leveren en alles wordt tot in mijn keuken gebracht. Nu nog geïnteresseerden vinden voor de rest …..

 

Bron:

Dawson, P. & Guare, R. (2009). Smart but scattered.

 

N.B. Het valt niet altijd mee om pubers op te laten groeien tot zelfbewuste, verantwoordelijke volwassenen… En al helemaal niet als ze last hebben van zwakke executieve functies, zoals mijn middelste dochter met ADD. Een recenter boek van psycholoog Dawson en neuropsycholoog Guare, uit 2013, gaat wederom over executieve functies maar dan toegepast op pubers. Het boek geeft praktische handvatten voor ouders om bij hun pubers de executieve functies te verbeteren zodat ze zich beter kunnen focussen, beter kunnen organiseren en beter hun emoties in de hand kunnen houden. Dat laatste is ook wel fijn voor ouders, spreek ik uit ervaring. Klik hier voor een inkijkexemplaar.

 

 

 

 

 

 

Laat je reactie achter (* je e-mailadres wordt NIET gepubliceerd) en ontvang nieuwe inzichten over ad(h)d, burn-out en depressie

avatar